“Veroordeelt (A) tot het betalen aan (B) van een bedrag van 102’630,97 euro (excl. BTW) meer de vergoedende intrest aan de wettelijke intrestvoet vanaf 12.02.2020 (datum neerlegging eerste eindverslag) tot de dag van de algehele betaling. Het BTW-tarief van 6% is van toepassing.

(…)

Veroordeelt (C) om (A) te vrijwaren voor het bedrag van 43’429,50 euro (excl. BTW) waartoe deze laatste in dit vonnis wordt veroordeeld om te betalen ten aanzien van (B) ingevolge de gebrekkige verfwerken, meer de vergoedende interesten op het bedrag van 43’429,50 euro (excl. BTW), meer 4/10den gerechtskosten verschuldigd in de procedure op hoofdvordering en meer 4/10den van de kosten van het deskundig onderzoek. Het BTW-tarief van 6% is van toepassing. (…)”